Website voor de  'Sectie Ter Haar'

Van de Nederlandse Entomologische Vereniging


Insecten

  • Wat zijn insecten?
  • Insectengroepen
  • Evolutie 


Lepidoptera

  • De schubvleugeligen
  • Micro vs macro lepidoptera
  • Dag en nachtvlinders
  • Evolutie
  • Nieuwste taxonomische inzichten




Lothar Rutten



Van nabij gevolgd:

Endromis versicolora
(Gevlamde Vlinder)


Vrouwtje

Inleiding

1 april 2011; De eerste nacht waarin ik een proefopstelling met een blacklight (door een accu voorzien van stroom) testte, bracht al na een uurtje in de schemering een aangename verrassing. Op de rand van de trechter zat, spookachtig blauw verlicht, een prachtig getekende grote onbekende vlinder. Bladerend in de veldgids Nachtvlinders bleek het onmiskenbaar te gaan om de Endromis versicolora (Gevlamde Vlinder). Een zeldzame soort die gebonden is aan bossen en dan vooral op de zandgronden. Dit is de enige soort uit de familie van Berkenspinners (Endromidae) die in Nederland voorkomt. De vlinder heeft zijn habitat in open berkenbossen en licht beboste heiden waarbij als waardplant vooral ruwe berk aangemerkt wordt. De vlinder vliegt maar een heel korte periode; van half maart tot eind april in één generatie.
Deze eerste kennismaking vond plaats in het natuurgebied De Maaij in Bergeijk; een voormalig viskwekerij omringt met loof- en dennenbos. Een klein perceel was tijdens een nationale boomfeestdag door schoolkinderen beplant met berkenbomen; de waardplant van de rups van deze vlinder. Na de fotosessie en nog wat bewonderende blikken mijnerzijds mocht deze mooie dame weer in vrijheid weg fladderen.


Mannetje

Een jaar later (25-3-2012)
In een natuurgebied grenzend aan de Keersop, gelegen tussen Riethoven en Dommelen, ben ik gericht gaan zoeken en ving ik wederom deze prachtige vlinder. Ditmaal een paar meter van de Skinnerval (met een ML-lamp van 160 watt), tussen het gras aan de voet van een berkenstruweel.

Net als het jaar hiervoor ging het om een vrouwtje. Het verschil tussen man en vrouw is bij deze forse nachtvlinder duidelijk zichtbaar. Het vrouwtje is groter (34-39 mm.) en is grotendeels bruinwit gekleurd. Het kleinere mannetje (27-30 mm) is donkerder gekleurd en heeft een oranjebruine achtervleugel. Door de literatuurstudie van het laatste jaar was ik meer over deze vlinder te weten gekomen en nam ik dit verse exemplaar mee naar huis om te fotograferen en om te zien of ei-afzet in gevangenschap mogelijk was.

De cyclus
Ei-afzet (27-3)

Nadat het vrouwtje twee dagen rustig op een berkentakje gezeten had, was de vreugde groot om 2 takjes vol met eitjes te zien. Het vrouwtje sterft in dit geval vrij snel na het leggen van de eieren; haar werk zit erop. De eitjes drogen in en verkleuren. Ze worden bijna zwart van kleur. Na 14 dagen hebben ze dit stadium bereikt.


Enige dagen na de leg
beginnen de eitjes al te verkleuren.


Ze drogen in en worden bijna zwart.

Fiasco?

De eitjes zien er zo zwart, uitgedroogd en niet erg levensvatbaar uit dat ik na 4 weken vermoed dat het op een fiasco zal uitlopen. Te koud? Zijn ze wel bevrucht? Allemaal twijfels van een gespannen jonge vlindervader in spé! Dan, op 3 mei, zie ik bij controle in een keer witte eitjes, met daarbovenop kleine zwarte rupsjes. Hoera! 37 dagen na het leggen van de eitjes eten de rupsjes zich uit het eitje en gaan ze op zoek naar voedsel.


De rupsjes verlaten het ei.


De rupsen kluwen bij elkaar in groepjes.



Groeperen (9 mei)
Dag 6 van het rupsenbestaan. De rupsen kluwen bij elkaar in groepjes. In eerste instantie geen idee waarom, maar bij benadering van zo’n kluwen wordt me dat duidelijk. Ze krullen zich bij gevaar achterover en bootsen zo de geelgroene, hangende rupsvormige katjes van de berk na; ze gaan op in hun omgeving en vallen niet meer op.

Veelvraten (20 mei)
Ze vreten en vreten en hun jas wordt te klein; de eerste vervelling is een feit.


Ze krullen zich bij gevaar achterover.


Ze vreten en vreten en hun jas wordt te klein.


De eerste vervelling is een feit.

De rupsen verlaten de ‘tros’ en gaan solo verder. Ze vreten zich zo vol dat het lijkt alsof ze elk moment kunnen exploderen. Mooi is nu te zien hoe de rups zich vastgrijpt aan de takken. De buikpoten hebben haakjes die in een krans op een poot staan welke ervoor zorgen dat ze zelfs met dit logge lijf blijft hangen. Ook zijn de op de flanken gelegen tracheeën (zeer kleine ademhalingsbuisjes hier te zien als witte punten) goed te herkennen.

Op reis
De zomervakantie is begonnen, de koffers gepakt, de rupsen nog steeds niet verpopt…wat nu? Samen met andere kweekprojecten gaan ze in de bakjes in een grote verhuisdoos mee naar Frankrijk. Vanuit de camping moet ik 45 minuten rijden om aan berk te komen. Je moet er iets voor over hebben!



Risicospreiding (I)
Thuis aangekomen verplaats ik de rupsen in verschillende bakken. Mocht er iets gebeuren met een kweekbak, dan heb ik altijd nog andere bakken over; risicospreiding zogezegd. De volgevreten rupsen beginnen te verkleuren. Van groen naar lila/roze, om van daar uit zich te gaan verpoppen.

Verpoppen (26 juli)
De meeste rupsen spinnen een harige losse cocon, sommige rupsen verpoppen zonder dit te doen.

Binnen vs. buiten; Risicospreiding (II)
In november haal ik de helft van de bakken binnen, de andere blijft buiten. Wederom om de kans op het uitkomen van de vlinders te verhogen en het spreiden van risico’s.


De rupsen verkleuren
vlak voor de verpopping


Ze krijgen ook een gedrongen vorm


Pop met afgestroopte rupsenhuid



Erg vroeg
10 januari; als ik in mijn werkkamer aan het werk ben hoor ik een fladderend geluid. Dat kan toch (nog) niet? Jawel hoor; een prachtig mannelijk exemplaar is uitgekomen. Maar hoe kan dat nu al? Het blijkt dat ik na het vullen van de verwarming deze vergeten ben dicht te draaien en dat het de afgelopen dagen warm geweest is op de kamer waar de vlinders staan. Er komen de dagen daarna nog 7 vlinders uit, maar geen een is er in perfecte staat (de vleugels zijn niet ontvouwen). Het uitsluipen gaat dus niet altijd goed, zelfs niet in geconditioneerde omstandigheden. 17 januari komt een mannetje uit de cocon, een dag later (18 januari) een vrouwtje. Om 12.15 uur sluipt ze uit, om 15 uur heeft het mannetje haar gevonden en vindt de paring plaats.


Drie uur na het uitsluipen
vindt de paring al plaats




Paring
De paring duurt van 15 uur tot 21.30 uur, waarna manlief doodmoe neervalt. Het vrouwtje zet ik apart in een bakje met een berkentak.

Cirkel rond
’s Morgens vroeg, met de slaap nog in de ogen, zie ik dat het vrouwtje haar werk al heeft gedaan; de tak zit vol met eitjes, keurig naast elkaar en tegen elkaar aan gelegd. De cirkel is rond.


Het vrouwtje heeft haar werk al gedaan; de tak zit vol met eitjes,

NB1: Door het vroege uitkomen van de vlinders en de paring daarna zat ik met het dilemma dat de berkenboom nog in diepe winterslaap lag. Ik heb in huis verschillende stekken gezet om zo bladgroei te stimuleren, maar deze kwam helaas onvoldoende op gang om deze rupsen groot te brengen.
NB2: Ook uit de bakken die buiten overwinterd hebben zijn bijna alle vlinders uitgekomen. Met drie vrouwtjes vlinders heb ik nog geprobeerd mannetjes te lokken in een nieuw te inventariseren natuurgebied (Pastoorsweijer, Bergeijk), maar daar is geen mannetje op afgekomen; aan de schoonheid van de dames heeft het zeker niet gelegen!

Zoek Soort

Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam


Aan- of Afmelden