Website voor de  'Sectie Ter Haar'

Van de Nederlandse Entomologische Vereniging


Insecten

  • Wat zijn insecten?
  • Insectengroepen
  • Evolutie 


Lepidoptera

  • De schubvleugeligen
  • Micro vs macro lepidoptera
  • Dag en nachtvlinders
  • Evolutie
  • Nieuwste taxonomische inzichten


Onderwerp

Stroop- en andere ervaringen in 2014

Auteur

Klaas Kaag

Datum

11-10-2014

Mededeling

Op stroop komen niet alleen vlinders af, maar ook pissebedden, oorwormen, hooiwagens en kevers. En soms lijken er ook wel rupsen op af te komen. Zoals deze breedbandhuismoeder, Noctua fimbriata, op heterdaad betrapt. Uit de reactie in de zaal blijkt dat wel eens vaker rupsen op smeer worden waargenomen, maar een algemeen verschijnsel is het niet.

 

Op 11 juni zag ik deze kolibrievlinder in en om een net geknipte ligusterhaag vliegen. Zij bleek bezig eieren af te zetten. Uit een verzameld ei kwam na een weekje inderdaad een klein rupsje tevoorschijn, maar deze wilde niet van de liguster eten. Zware legdrang, of werkt net geknipte liguster aanstekelijk?

 

Bij mij in de tuin staat wat aalbes. Erfenis van de vorige bewoner. Aan de takken te zien zit er een aardige populatie van de bessenglasvlinder (Synanthedon tipuliformis) in, maar behoudens een keertje met feromonen heb ik deze vlindertjes in 15 jaar tijd geen enkele keer waargenomen. Tot 21 juni, toen vlogen er opeens enkele tussen de struiken. Grappig was te zien hoe een vrouwtje haar achterlijf langs de takken veegde. Het filmpje, helaas niet zo scherp, laat dit mooi zien.

 

Maar je hebt altijd baas-boven-baas. Op 22 augustus kreeg ik van de vrijwilligers van Landschap Noord-Holland de vraag wat voor vlieg ze gefotografeerd hadden. Nog voor ik kon reageren hadden ze zelf al uitgevonden dat het de wilgenwespvlinder, Synanthedon formicaeformis, moest zijn. De eerste in het gebied.

 

Vorig jaar bracht de Vlinderstichting deze folder met voorjaarsuilen uit. Daarop stond ook de Dennenuil (Panolis flammea). Ondanks alle dennen bij ons in het duin had ik deze soort nog nooit gezien. Dus dan verleg je enthousiast je stroopronde naar de stukken met meer dennen, maar helaas. Tot ik 25 april met de lamp ergens achterin de donkere duinen stond. Eigenlijk voor Dyseriocrania subpurpurella, de Eikenpurpermot. Maar dat is een micro, dus die durf ik hier niet te laten zien. Maar tot mijn verrassing verscheen ook de Dennenuil. Zo zie je maar dat het loont om eens op een andere plek te gaan staan. Stroop heeft sowieso al een aantal nieuwe soorten opgeleverd, mede natuurlijk doordat een aantal soorten hun areaal uitbreid. De Zwartvlekwinteruil (Conistra rubiginosa) is inmiddels een vaste verschijnen op veel plaatsen in de kop van Noord-Holland en afgelopen najaar kwam daar ook de Roodkopwinteruil (Conistra erythrocephala) bij. Ook in februari zat er weer eentje op de stroop.

 

Op 6 juni 2014, de traditionele luilaknacht, was het laken opgesteld in het Wildrijk, bij Sint Maartensvlotbrug. Geen nieuwe locatie, maar wel voor het eerst in juni. Een leuk avondje met ook nog een paar leuke soorten, waaronder de Populierentandvlinder (Gluphisia crenata) en de Witstipgrasuil (Mythimna albipuncta). De eerste breidt zich naar het noordwesten uit, de tweede is vooral algemeen in zuidwest Nederland. Eind september zat er ook een Witstipgrasuil bij de buitenlamp op mijn werk.

 

Sinds dit jaar heb ik zelf een generator (met dank aan Stichting Fondsen KNNV) zodat ik wat vrijer ben in locatie keuze. Mede geholpen door een paar wind-arme nachten (kom er maar eens om in Den Helder) ben ik in heel open duingebied gaan staan. In de Grafelijkheidsduinen in juni en eind september ving ik het Groot visstaartje (Meganola albula). Deze op zich niet zeldzame soort had ik nog niet eerder gevangen. Eind september was het de meest algemene soort op het laken. Ook de bruine witvleugeluil (Aporophyla lutulenta) verscheen eind september op het laken. Een vrouwtje, wat het er niet makkelijker op maakte, omdat die niet altijd wordt afgebeeld. Ook op vlindernet staat alleen een mannetje met zijn witte achtervleugels. Gelukkig had Rob de Vos er geen moeite mee. Niet nieuw voor Den Helder, maar de vorige waarneming was 1998, dus wel even geleden. De laatste soort is wel weer een nieuw  voor Den Helder. De Donkere grasuil (Tholera cespitis). Begin september op het laken in de Grafelijkheidsduinen. Een vrij zeldzame soort van open graslanden, die in Zwanenwater en op Texel al wel gezien was.

 

Deze mededeling bevat de volgende kenmerken in de database:

Besproken soorten

Noctua fimbriata (Breedbandhuismoeder), Macroglossum stellatarum (Kolibrievlinder), Synanthedon tipuliformis (Bessenglasvlinder), Synanthedon formicaeformis (Wilgenwespvlinder), Panolis flammea (Dennenuil), Conistra rubiginosa (Zwartvlekwinteruil), Conistra erythrocephala (Roodkopwinteruil), Gluphisia crenata (Populierentandvlinder), Mythimna albipuncta (Witstipgrasuil), Meganola albula (Groot visstaartje), Aporophyla lutulenta (Bruine witvleugeluil), Tholera cespitis (Donkere grasuil),

Besproken lokaties

Den Helder, Grafelijkheidsduinen,

Trefwoorden

Stroopvangst,

 

Zoek Soort

Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam


Aan- of Afmelden