Website voor de  'Sectie Ter Haar'

Van de Nederlandse Entomologische Vereniging


Insecten

  • Wat zijn insecten?
  • Insectengroepen
  • Evolutie 


Lepidoptera

  • De schubvleugeligen
  • Micro vs macro lepidoptera
  • Dag en nachtvlinders
  • Evolutie
  • Nieuwste taxonomische inzichten


Onderwerp

Presentatie Nachtvlindermonitoring Limburg 2014

Auteur

Sandra Lamberts

Datum

04-04-2015

Mededeling

De vlinders in mijn achtertuin in Eys

 

Eys ligt ter hoogte van Simpelveld aan de oostkant van zuid-Limburg. Mijn tuin ligt hemelsbreed ongeveer 1 km van de Piepert een kalkgrasland in beheer bij de waterleiding maatschappij Limburg. De Piepert staat bekend om zijn orchideeën rijkdom. De helling wordt in september volledig kaal gemaaid en het verbaasd ons dan ook dat er toch nog vlinders waaronder de prachtmot kunnen overleven en rondvliegen.

 

Achter mijn tuin ligt ook een kleine kalkgraslandhelling met daar omheen een meidoornhaag, die beheerd wordt door de IVN. De bewoners van de aangrenzen tuinen hebben de bomen in hun tuin gekapt en krijgen steeds meer orchideeën in hun eigen achtertuin. Mijn achtertuin daarentegen is, zoals ik vorig jaar ook al eens zei, een ‘puin’-tuin. Het oude grasveld is opgeschoten met veel bouwpuin, maar ook met een grote den, een linde en een mooie grote vlinderstruik. In de buurt staan essen en eiken.

 

In 2013 op 7 september ving ik de Cirkelbladroller, Clepsis rurinana en ook afgelopen jaar kwam die in de val op 28 augustus 2014. Een ander was de Essenspanner, Ennonomos fuscantaria, die werd op 11 augustus 2013 gevangen en vorig jaar op 1-21 augustus en op 4 september.

 

De monitoring, in het kader van het project nachtvlinder monitoring Limburg (NML), in mijn tuin op de bergstraat zou eens in de 14 dagen moeten plaatsvinden. Al was de monitoring bij mij afhankelijk van mijn aanwezigheid in Eys en ook afhankelijk van het weer. Veelvuldig werd er een regenkapje boven de lamp bevestigd. Ook werd er op diverse andere manieren gevangen, o.a. met een tweede val, met blacklight en met het laken.

 

De eerste zeldzaamheid die voorbij kwam was het Kervelplatlijfje, Depressaria chaerophylli op 1 en 3 april. Met dank aan Arnold Wijker werd dit platlijfje op naam gebracht. Er blijkt in de buurt kervel te staan en waarschijnlijk komt hij daar vandaan. De eerste zeldzame spanner was de Grote berberisspanner, Hydria cervinalis op 1 april. De rups leeft op zuurbes en de paring vindt plaats in de buurt van de waardplant. De Bruine essenuil, Lithophane semibrunnea, kwam op 22 april in de val. Waarschijnlijk komt die van de essen of de eiken in de buurt. De Prunusspanner, Aleucis distinctata kwam ook weer langs. Deze had ik in Walem in 2012 al een keer in de val gehad, ditmaal ving ik op 3 april 2 exemplaren op 24 april 1 exemplaar. De soort leeft op meidoorn en gekweekte prunus. De Sparrendwergbladroller, Pammene ochsenheimeriana zat op 27 april in de val en komt waarschijnlijk van de grote den en staat nu in de collectie bij Anton Cox. Een andere zeldzame spanner is de Lindedwergspanner, Eupithecia egenaria op 20 mei. Deze soort werd in 2013 door Paul Vossen en Mark de Mooij ontdekt op de Sint Pietersberg in Maastricht.

 

Vanuit mijn tuin maken we even een uitstapje naar de excursie in Limburg. Die zal op 20/21/22 juni 2015 plaatsvinden op de Kunderberg een kalkgraslandhelling ten noorden van Eys, op de Vrakelberg ook een kalkgraslandhelling, ten noord westen van Eys en in het Vijlenerbos, een gevarieerd bos ten zuiden van Eys, aan de Belgische grens.  De soorten die nu voorbij komen kun je ook in die gebieden aantreffen.

 

De Marmeruil, Polia nebulosa, zat op 9 mei en 6 september in de val. De soort leeft op kruidachtige planten in loofbossen en struwelen. Van de Oranje granietmot, Scoparia pyralella ving ik op 18-20 mei en op 2-10-12 juni in totaal 14 stuks. De soort leeft op lage planten waaronder Jacobskruiskruid.


De Zwartbruine vlakjesmot, Catoptria verellus (10 juni en 5-6 september) leeft op mossen en is inmiddels niet meer zeldzaam. Marcel Prick vulde hierop aan dat de vlinder in het Vijlenerbos echt een ‘plaag’ was. De vlinder met de vogelnaam Kanariepietje, Agapeta zoegana bezocht op 24 juni en 17 juli de val. Deze vliegt vanaf de schemering en komt matig op licht maar is overdag wel uit de vegetatie op te jagen. De Eenstreepgrasuil, Mythimna conigera (23 juni/ 4 juli / 20 september) is een soort van de graslanden, bosranden en bospaden en leeft op diverse grassen. Ook de Witte l-uil, Mythymna l-album kwam op 2 juni weer langs, deze zat in september 2012 ook al eens in de val in Walem. Het is een soort van ruige graslanden met als waardplanten helm en rietgras. De Donkere jota-uil, Autographa pulchrina op 23 juni, was voor mij de eerste jota-uil in de tuin. De soort leeft op diverse kruidachtige planten in bossen, struwelen, ruige graslanden en tuinen.  De Prachtmot, Oncocera semirubella kwam in de introductie ook al voorbij, en kwam op 4-17 juni, 21 augustus en 4 september in de val. De soort leeft op wondklaver en soms op stalkruid, luzerne en klavers. De Honinglichtmot Moitrella obductella was helaas voorzien van de verkeerde foto, kwam op 5 juli in de val en leeft op wilde marjolein. De vlinder komt goed op licht, soms in grote aantallen. (Foto: ). De soort doet het niet echt goed in Nederland, de rups leeft op klaversoorten en is op te jagen uit de vegetatie maar komt ook goed op licht. Een andere zeldzaamheid was de Wondklaverpalpmot, Aproaerema anthyllidella, deze kwam op 24 april en 4 juli in de val.

 

Een soort die aan het afnemen is, is de Bruine Bosrankspanner, Horisme vitalbata. In mijn tuin was van de afname niks te merken want ik vond hem op 3 april, 5-18 mei, 17 juli en 29 augustus. De soort leeft op bosrank in open (beekbegeleidende) bossen en bosranden. Een andere Bosrankspanner, de Egale bosrankspanner, Horisme tersata, is veel minder zeldzaam geworden in Nederland. Dat was ook te merken in mijn tuin op 3 april, 5 mei, 4-17 juli, 1 augustus en 5 september. Ook deze leeft op bosrank in open (beekbegeleidende) bossen en bosranden.

 

Maar, toen kwam er nieuws! Er blijkt een andere bosrankspanner te zijn die hierop lijkt. Paul Vossen heeft met behulp van Eric Poulsen en Mark de Mooij een nieuwe soort voor Nederland ontdekt, Horisme radicaria, met de Nederlandse naam Tweelingbosrankspanner. De soort is inmiddels gemeld door Paul Vossen en Mark de Mooij in hun verslag over waarnemingen op de Sint Pieters berg in het Natuurhistorisch maandblad Limburg, jaargang 104, nummer 4, april 2015. Een artikel voor Entomologische berichten (EB) met een precieze uiteenzetting en de determinatiekenmerken zal dit jaar nog verschijnen. Een zekere determinatie van man en vrouw kunnen op basis van genitaal gedaan worden. Alle Horisme tersata’s zijn vanaf dat moment verzameld en door Frans Cupedo op genitaal gecontroleerd. Van de 16 aangeleverde vlinders bleek er 1 Horisme radicaria, de Tweelingbosrankspanner te zijn, op 17 juli 2014 zat deze in de val. De soort leeft ook in open beekbegeleidende bossen en bosranden op bosrank.

 

Op 6 september vloog de Bruine sikkeluil, Laspeyria flexula, een soort die leeft in bossen, struwelen, parken en oude boomgaarden. 2014 was een uitzonderlijk goed jaar voor deze soort met een piek in juni-juli. Naast de voordeur zat op 1 augustus de Spaanse vlag, Euplagia quadripunctaria, een soort van vochtige bossen en struwelen bij warme (kalk)graslanden. De soort leeft op diverse kruidachtige planten waaronder koninginnenkruid. De Kraagvleugelmot, Nephopterix angustella werd waargenomen op 4 september, een soort die op kardinaalsmuts leeft.

 

De statistieken tot nu toe leveren dan het volgende resultaat:

  • 1708 macrovlinders verdeeld over 248 soorten. Met 25 zeldzame macrovlinders, onder te verdelen in 8 zeldzame en 3 zeer zeldzame soorten.
  • 443 microvlinders verdeeld over 102 soorten, met 44 zeldzame microvlinders onder te verdelen in 13 zeldzame en 3 zeer zeldzame soorten.

De nachtvlindermonitoring in Eys wordt hiermee afgesloten want de val staat nu, door mijn verhuizing, op de Bergstraat in Egmond aan zee.
Ik wil mijn dank uitspreken aan de organisatoren van de NML, Ernest van Asseldonk, Guido Verschoor en Jan Boeren. Aan Arnold Wijker, Anton Cox en Marcel Prick voor diverse determinaties, Paul Vossen, Mark de Mooij met behulp van Eric Poulsen voor het melden van een nieuwe soort en Frans Cupedo voor de genitaalpreparaten van de Horisme soorten.

 

Het smeren in de Noordhollandse duinen is inmiddels begonnen en ik mag niet klagen, Arnold en ik troffen de Houtkleurige vlinder, Xylena vetusta op 9 maart aan op smeer.

Bijbehorende foto's

Ennomos fuscantaria in de tuin aan de Bergstraat in Eys; 24-8-2014

Kervelplatlijfje in de tuin aan de Bergstraat in Eys; 24-8-2014

Autographa pulchrina in de tuin aan de Bergstraat in Eys; 25-6-2014

Honinglichtmot in de tuin aan de Bergstraat in Eys; 5-7-2014

Horisma vitalbata in de tuin aan de Bergstraat in Eys; 27-4-2014

Horisma radicaria in de tuin aan de Bergstraat in Eys; 20-7-2014

Laspeyria flexula in de tuin aan de Bergstraat in Eys; 7-9-2014

 

 

 

 

Deze mededeling bevat de volgende kenmerken in de database:

Besproken soorten

Ennomos fuscantaria (Essenspanner), Hydria cervinalis (Grote berberisspanner), Lithophane semibrunnea (Bruine essenuil), Aleucis distinctata (Prunusspanner), Eupithecia egenaria (Lindedwergspanner), Polia nebulosa (Marmeruil), Mythimna conigera (Eenstreepgrasuil), Mythimna l-album (Witte-l-uil), Autographa pulchrina (Donkere jota-uil), Horisme vitalbata (Bruine bosrankspanner), Horisme tersata (Egale bosrankspanner), Laspeyria flexula (Bruine sikkeluil), Euplagia quadripunctaria (Spaanse vlag), Xylena vetusta (Houtkleurige vlinder),

Besproken lokaties

Eys, Piepert de, Egmond aan Zee,

Trefwoorden

Horisme radicaria, Nachtvlindermonitoring,

 

Zoek Soort

Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam


Aan- of Afmelden