Website voor de  'Sectie Ter Haar'

Van de Nederlandse Entomologische Vereniging


Insecten

  • Wat zijn insecten?
  • Insectengroepen
  • Evolutie 


Lepidoptera

  • De schubvleugeligen
  • Micro vs macro lepidoptera
  • Dag en nachtvlinders
  • Evolutie
  • Nieuwste taxonomische inzichten


Onderwerp

Nachtvlinders in Nederland

Auteur

Dick Groenendijk en Willem Ellis

Datum

26-03-2011

Mededeling

Dick presenteert een korte samenvatting over de ontwikkelingen in de Nederlandse nachtvlinderfauna, analyses van Dick en Willem Ellis, waarbij gebruik is gemaakt van de informatie die in het door Willem Ellis beheerde Noctua bestand zit. In Noctua komen waarnemingen die via verschillende bronnen binnenkomen, o.a. via De Vlinderstichting en de Secties Snellen en Ter Haar. Het systematisch verzamelen van nachtvlinderwaarnemingen in een databestand dateert uit 1980. Het goede nieuws is dat de aantallen waarnemingen in het bestand enorm groeien. Vooral na de publicatie van de Nederlandstalige gids met Nederlandse namen is de groei van nachtvlinderwaarnemingen explosief en kan het bestand zich roemen op 2.8 miljoen records.

Uit Engeland is het rapport van de Engelse vlinderstichting The state of Britain's larger moths uit 2006 bekend en vooral op de punten abundantie, trends en bedreiging is de situatie in Nederland vergeleken met die in Engeland.

 

(1)   Abundantie

Enkele soorten passeren nu de revue:

Ennomos fuscantaria (Haworth) en Diloba caeruleocephala (Linnaeus): beide soorten doen het slecht in Engeland, en hetzelfde geldt voor ons land.

Tyria jacobaeae (Linnaeus): in Nederland doet deze vlinder het relatief goed, maar in Engeland is de situatie een stuk slechter.

Spilosoma lubricipeda (Linnaeus): In Engeland is er een afname van ongeveer 77% in de waarnemingen aantoonbaar terwijl de situatie in Nederland stabiel is.

 

(2)   Trends

Heel in het algemene is de trend voor ons land: In principe gaan alle soorten in voorkomen achteruit. Als we in aanmerking nemen dat er meer kennis over vlinders is, dat er meer mensen (betrouwbare) waarnemingen verzamelen en doorgeven, dan zouden de aantallen waargenomen vlinders moeten stijgen. Dat is niet het geval. Na correctie voor verschillen in waarnemersintensiteit, blijkt het volgende: De zeldzame soorten zijn het kwetsbaarste en gaan het hardste achteruit. De algemeenste soorten tonen gemiddeld een stabiele situatie. De vlinderpopulaties fluctueren per jaar en per avond, maar toch kan gesteld worden dat het aantal vlinders op een laken of in een val nu 35 % lager ligt dan in 1980. De overwinteringsmethodes zijn van invloed op de toe- of afname van soorten. Soorten die als imago overwinteren nemen in lichte mate toe. Soorten die de winter doorbrengen als ei, larve of pop vertonen een afname. In dit opzicht is er een grote overeenkomst met de situatie in Engeland. Algen en korstmossen doen het de laatste tientallen jaren goed in Nederland dankzij de verbeterde luchtkwaliteit. We zien dan ook dat soorten die als larve afhankelijk zijn van deze organismen in aantal toenemen. In dit opzicht is er eveneens een grote overeenkomst met Engeland.

 

(3)   Bedreigingen

Het doorgeven van uw vlinderwaarnemingen is erg belangrijk. Alleen bij voldoende gegevens is het mogelijk om een kritische analyse toe te passen en trends te signaleren. Trends kunnen worden omgezet in beheersadviezen waarbij een duidelijk link is met ecosystemen, vegetatie- en recreatiedruk in ons veranderende landschap.

 

Deze mededeling bevat de volgende kenmerken in de database:

Besproken soorten

Ennomos fuscantaria (Essenspanner), Diloba caeruleocephala (Krakeling), Tyria jacobaeae (Sint-jacobsvlinder), Spilosoma lubricipeda (Witte tijger),

Besproken lokaties

Engeland, Nederland,

Trefwoorden

Noctua database, Trend in de tijd,

 

Zoek Soort

Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam


Aan- of Afmelden